Charlotte, directrice van het woonzorgcentrum

 

'Wij gaan puur voor de zorg' 

Charlotte startte in januari 2019 als directrice. Vanaf dag één ervaart ze dat de kernwaarden van Amate in Onze Lieve Vrouw van Troost sterk leven.

Samen 

‘Onze medewerkers van alle afdelingen vormen een (h)echt team. Deze samenhorigheid tracht ik nog te vergroten door verschillende initiatieven waarbij iedereen betrokken wordt. Een voorbeeld: ons proeversbordje. Het idee is dat keuken niet alleen van de bewoners, maar ook van medewerkers feedback krijgt op de maaltijden die worden geserveerd. Op die manier creëren we meer gedragenheid, meer dynamiek tussen de teams, en wie weet, nieuwe inspiratie!’

Charlotte verwijst ook naar het groepsgevoel dat tot uiting komt ‘op de activiteiten, de barbecue of in de dynamiek met de vrijwilligers. Onlangs vierden we ook de 107de verjaardag van een van onze bewoonsters, een pittige dame!’ Hoe brengt ze zelf het ‘samen’-gevoel met de bewoners tot stand? ‘Ik loop geregeld rond in het wzc en op de site met onze aw's, zo maak ik met iedereen vroeg of laat wel eens een praatje. Bewoners en medewerkers vinden daardoor ook al sneller de weg naar mijn bureau.’

Deskundig en professioneel

‘Het is belangrijk dat al onze collega's regelmatig opleidingen binnens- en buitenshuis kunnen volgen. Ook daar proberen we een ‘samen’-verhaal van te maken,’ stelt Charlotte. ‘Een leuk voorbeeldje hierbij is de implementatie van de nieuwe handhygiëneproducten voor het personeel. De mensen van het onderhoudsteam hebben daarover een mini-opleiding gegeven aan alle zorg- en verpleegkundigen. Iedereen heeft een eigen expertise en het is fijn om die te kunnen delen. Bovendien creëert dit draagvlak en wederzijds respect.

Met hart en ziel 

‘Wij gaan puur voor de zorg. Alles wat we doen of ondernemen vloeit steeds terug naar de bewoner,’ zegt Charlotte. ‘Dat maakt dat ik hier met hart en ziel werk.’ En dat geldt niet alleen voor haar: ‘Er zit een warm hart achter het werk van al onze medewerkers.’

Hoe ze dat merkt? ‘Soms denken we dat een bewoner van de assistentiewoningen door een stijgende zorgnood stilaan beter de overstap zou maken naar een woonzorgkamer. Maar als de bewoner echt graag in de assistentiewoning zou blijven, zullen de medewerkers hun uiterste best doen om dat mogelijk te maken.’